skip to Main Content

Hier kan ik enkel maar verschrikkelijk blij mee zijn

Rotterdam, 10 april 2022

Een nieuw persoonlijk record, een nieuw PAC clubrecord, twee minuten sneller dan de vorige marathon van Rotterdam en de snelste Rotterdammert. Tja, hier kan ik enkel maar verschrikkelijk blij mee zijn!

Over mijn daadwerkelijke eindtijd is nog wat onduidelijkheid, in de app staat 2.20.58 en op de site inmiddels 2.21.01. Maar welke eindtijd uiteindelijk ook in de boeken komt, in beide gevallen ben ik enorm trots en blij. Niet enkel om de uiteindelijke tijd maar vooral omdat mijn prestaties in de afgelopen maanden duidelijk weer in de lift zitten. Na de vorige marathon, de najaarseditie van Rotterdam, heb ik besloten een aantal wijzigingen aan te brengen met als doel om dichterbij mijn droomtijd van 2.20.00 te geraken. Het belangrijkste hierin was de overstap naar de groep van trainer Adilson Da Silva in Rotterdam. Enerzijds wilde ik weer meer in een grote groep trainen en anderzijds met een ander trainingsschema dan ik de laatste jaren had gedaan samen met trainer Rob van der Valk van Ilion. Dit was toch wel een moeilijk besluit omdat ik met Rob juist hele mooie stappen heb gemaakt als atleet maar soms is het goed om de vleugels uit te slaan en weer nieuwe prikkels op te doen en het op een andere manier te gaan proberen. Daarnaast ben ik begin 2022 lid geworden van de oudste atletiekvereniging van Rotterdam: PAC. Wel zo praktisch ook, gezien ik ongeveer 200 meter van de baan woon. Ook trof ik in de groep van Adilson een atleet die ik inmiddels ook wel een vriend mag noemen, Emiel Berghout uit Schiedam. We trainen inmiddels een aantal maal per week samen, waarbij het niet enkel op hardloop maar ook op persoonlijk vlak goed klikt. Ik weet zeker dat hij mij de komende jaren voorbij gaat streven, maar hier ben ik dan maar wat graag direct getuige van.

Begin januari zijn we de voorbereiding op deze marathon gestart. Een schema van 14 weken met daarin diverse tussentijdse meetmomenten om de progressie te staven. Vanwege Corona hebben we lang niet op de baan kunnen trainen waardoor we de intervaltrainingen voornamelijk in het Rotterdamse Prinsenpark hebben gedaan. We liepen daar met een mooie groep snelle atleten waarbij ik regelmatig duizend doden ben gestorven in trainingen met snelle 400 en 1000m’s. In deze 14 weken zaten 4 lange trainingsweken van ca 145km. Waar dit soort lange weken voorheen nog wel echt een hele opgave waren, was dit nu veel minder het geval en kwam ik hier redelijk fris doorheen. Ook de tussentijdse meetmomenten (halve marathon test in 1.08.40 – 10km in een nieuw persoonlijk record van 30.33 – 30km test op marathon tempo) gaven aan dat ik er goed voor stond. Behalve een kleine blessure aan mijn linkerflank (rib en heup) waren er geen grote showstoppers om het schema uit te voeren zoals bedoeld. Jammer was wel dat de laatste test, een halve marathon medio maart, niet goed verliep, een eindtijd van hoog in de 1.09, 4 weken voor de marathon, geeft weinig vertrouwen maar hier kon ik nog wel doorheen kijken aangezien de trainingen verder goed waren verlopen en de conditie goed moest zijn.

Om 06.30 uur ving deze marathondag aan voor mij. Inmiddels is de opstart een vast ritueel geworden: rustig wakker worden, direct de hardloopkleding aan, naar buiten voor 10 minuten Keniaanse dribbel en wat losmaken, douchen en ontbijten met de herhaling van Studio Sport op de achtergrond. Een groot voordeel van een marathon in eigen stad is dat je rustig op het fietsje naar de stad kan rijden en alles bekend is. Als subtoploper mocht ik weer gebruik maken van de faciliteiten van de organisatie in het WTC-gebouw, waar je zodoende rustig kunt omkleden en niet buiten in de kou staat te hannessen. Dit keer waren we met een grote groep voornamelijk Zuid Amerikaanse atleten. Zij konden zich in Rotterdam namelijk kwalificeren voor de WK atletiek later dit jaar in Amerika. Rond 09.15 uur gingen we met de hele groep richting de start om ons daar warm te lopen. Door de zon voelde 8 graden niet koud aan, alhoewel de wind (tussen windkracht 2 en 3) het soms nog wel even fris maakte.

Om exact 10.00 uur klonk het startschot, waarna uiteindelijk 11.716 lopers de dansende Erasmusbrug op liepen richting het Zuiden van de stad. Doordat er aan beide kansen van de Erasmusbrug wordt gestart is het altijd even goed kijken en positie zoeken in dit eerste deel. Omdat de vrouwelijke topatleten uit Kenia en Ethiopie hun zinnen hadden gezet op een eindtijd van ca 2.20.00 hield ik vooral die gehaasde groep in de gaten. Dit was nog flink doorlopen aangezien die groep veel te hard van start ging, met een tempo van ca 3.15 min/km terwijl dit rond 3.20 min/km had moeten zijn. Gelukkig had ik er dit jaar bewust voor gekozen om met een hartslagmeter te lopen, waardoor ik kon zien dat zelfs met dit hogere tempo mijn hartslag nog op een niveau lag waarmee ik een hele marathon zou moeten kunnen lopen. We kwamen het 5km punt door op 16.15 waardoor we direct al 25 seconden hadden gewonnen op het beoogde schema, toch altijd een lekker gevoel wanneer je wat buffer hebt opgebouwd. Bij dit punt was ook de eerste drankpost, waar het ook direct weer misging met de Afrikaanse atleten, onrust om de bidon met vloeibare voeding te pakken leidde tot een struikelpartij waarbij de Keniaase topvrouw met zo’n 18 km/uur tegen het asfalt smakte. Dit gebeurt eigenlijk ieder jaar waarbij het later in de race helaas nog een aantal keer zou gebeuren. Erg onnodig maar vooral een signaal voor mezelf om goed op te letten bij de drankposten en uit het gedrang te blijven, hetgeen ook goed mogelijk was omdat mijn vader altijd iets na de drankpost staat om mijn flesjes aan te geven. Dit verliep ook dit keer weer geweldig, ik heb alle flesjes (7 in totaal) goed aan kunnen pakken en ook allemaal volledig leeggedronken waardoor ik 1 ¾ liter Maurten binnen heb kunnen krijgen, extreem belangrijk omdat de marathon uiteindelijk gewoon een energievraagstuk is en je er maar beter voor kunt zorgen dat dit input deel op orde is. Tussen 5 en 10km vond de groep een stabiel tempo rond de beoogde 3.20 min/km. We liepen op dat moment met een grote groep van zo’n 15 atleten waaronder 3 hazen, 3 vrouwelijke topatleten en nog zo’n 10 mannelijke internationale lopers. Tussen het 17 en 23km punt werd het tempo eigenlijk wat te laag, zo rond de 3.23 min/km, hetgeen ik ook terug zag in mijn hartslag die terug liep van ca 171 naar 167 slagen per minuut. Dit lijkt een heel klein verschil, wat is nu 4 slagen per minuut, maar dit is voor een atleet tijdens een marathon echt enorm.

Nadat er rond het 23km punt wederom een valpartij plaatsvond, dit keer zelfs buiten een drankzone, besloot een andere Nederlander (en Rotterdammert) Marco van Etten een hoger tempo te gaan lopen. Eerst besloot ik om hem te laten lopen, ik vond het nog veel te vroeg om alleen op pad te gaan en de grote groep te verlaten, maar uiteindelijk besloot ik toch om hem achterna te gaan en de groep de groep te laten. Dit voelde eng, we waren immers nog op Zuid en hadden nog bijna 20km voor de boeg, maar gesterkt door mijn lage hartslag en het feit dat ik me goed voelde zette ik toch aan. Na een paar honderd meter liepen we samen, een mooi beeld, twee Rotterdammers op pad in eigen stad.

We hadden al vrij snel weer een mooi tempo van ca 3.18 min/km te pakken en ook de hartslag was terug bij 171. Nadat ik bij het 25 km punt weer drank had aangepakt mochten we voor de tweede keer de Erasmusbrug over, dit voelt altijd duidelijk anders aan dan de eerste keer, zo’n anderhalf uur op tempo lopen doet toch wel iets met je. Groot voordeel is dat je na de Erasmusbrug weer echt terug de stad in bent en er altijd veel publiek staat op dit zware punt in de race, waarbij ook de tunnelbak bij Westblaak altijd even laat voelen hoe je er echt aan toe bent. Na het 30km punt bij de Warande begint de marathon eigenlijk pas echt. Door de mensenmassa in Crooswijk loop je direct het Kralingse Bos in, waar eigenlijk volledig het zwaarste stuk van de marathon plaatsvindt. In de laatste paar edities van de marathon lag hier ook altijd mijn Waterloo, vaak moest ik de groep waarin ik liep laten lopen en verloor ik direct vele seconden per kilometer. Natuurlijk had ik het ook dit jaar zwaar maar dit keer was ik in staat om het tempo beter vast te houden, zeker ook geholpen door Marco die op kop liep en we liepen tot het 35km punt nog steeds mooi op tempo om rond de 2.20.00 uit te komen. Vanaf het 36km punt begon het tempo helaas wat te vertragen naar eerst 3.23 naar uiteindelijk 3.30 min/km. Rond het 37km punt moest ik Marco ook laten lopen, waarbij ik wel zag dat de tank ook bij hem redelijk leeg was waardoor het verschil niet echt groot werd. Ik probeerde dit ook zo te houden omdat ik wist dat we zouden strijden om de geuzetitel snelste Rotterdammer, een titel die hij al een aantal jaar achtereen had binnengesleept. Rond het 41km punt wist ik hem bij te halen en nam ik de kop over. Door eerdere ervaringen wist ik dat ik vaak een betere eindsprint in de benen heb waardoor ik met vertrouwen doorliep om ook een zo’n snel mogelijk eindtijd op de borden te krijgen, waarbij ik me wel al realiseerde dat een tijd onder de 2.20.00 er niet meer inzat doordat het stuk vanaf 36km te traag was geweest. Met nog zo’n 150 meter te gaan zag ik dat een tijd in de 2.20 er nog wel in zou zitten waardoor ik met alles wat ik nog in me had een sprint inzette en hiermee in ieder geval ook de snelste Rotterdammer zou zijn dit jaar. Nadat ik een minuut hijgend over een hek had gehangen realiseerde ik me dat ik een geweldige race had gelopen en eindelijk weer eens echt een positief gevoel over mocht houden na de 42 kilometer en 195 meter rennen. Heel anders dan na de laatste drie marathons die ik liep in 2021 (Dresden, Furstenfeld en Rotterdam). Daarnaast een mooie uitslag kunnen behalen als 27e van de 11.716 lopers en als 5e van Nederland.

Graag wil ik iedereen ook langs deze weg bedanken voor alle support. Ik doe dit zeker allemaal niet alleen. En dat wist Lee Towers lang geleden al. You’ll never walk alone!

Artikel in de Rotterdamse krant De Havenloods: